‘Als ziekenhuisarts sta je met je voeten in de klei’
Tekst: Myrthe Diemel, Beeld: Jasper van Overbeek
Voor wie zich niet wil vastpinnen op één specialisme en patiënten graag breed benadert, is ziekenhuisgeneeskunde een uitkomst. Als ziekenhuisarts ben je de generalist op de afdeling: je kijkt naar de gehele patiënt, coördineert het behandelproces en bent daarmee dé schakel tussen specialismen.
Het viel Sanne Vogels (34) tijdens haar coschappen al op dat ze haar patiënten het liefst zo breed mogelijk benaderde, in plaats van naar één specifieke klacht te kijken. ‘Maar als ik verder wilde kijken, werd ik vaak teruggefloten – het viel namelijk buiten het betreffende specialisme. Ik vond dat lastig: waarom kon ik probleem B en C niet ook meenemen? Verhelderend was het wel, want ik had ook al geen voorkeur voor een specialisme tijdens mijn geneeskundestudie. Toen wist ik dat ik een generalist was.’
In eerste instantie probeerde Sanne het bij de huisartsgeneeskunde, maar dat was het toch niet helemaal. ‘Als huisarts krijg je weliswaar te maken met een breed klachtenpalet, maar er zitten ook minder urgente zaken tussen. Ik miste de dynamiek van het ziekenhuis – voor mij werd het interessant als iemand tweedelijnszorg nodig had.’
Gouden zet
Sanne was terughoudend toen ze in 2018 over het profiel ziekenhuisgeneeskunde hoorde. ‘Het vak bestond pas vijf jaar en stond nog in de kinderschoenen. Ik wilde eerst afwachten welke kant het opging.’ Twee jaar geleden ging ze alsnog overstag. ‘Notabene in de meest onzekere periode, want tijdens corona werd de opleiding vanuit de overheid stilgelegd. Gelukkig koos een aantal ziekenhuizen ervoor om de opleiding op eigen initiatief voort te zetten en kon ik alsnog beginnen.’
De ziekenhuisarts KNMG verbindt alle klinische afdelingen
Het bleek een gouden zet, want Sanne – inmiddels tweedejaarsaios – is erg enthousiast over het vak. ‘Vanaf dag één voelde het als thuiskomen, en nog steeds zit ik op mijn plek. Het begint al met het feit dat je in de breedte wordt opgeleid – je loopt stages bij onder meer neurologie, geriatrie en heelkunde – en naar de hele patiënt mag kijken. Hiervoor werkte ik een tijdje als anios en was ik gewend de klacht te behandelen die bij dat specialisme hoorde. Werkte je op de chirurgie en had iemand een blindedarmontsteking? Dan lag je focus dáárop. Had iemand ook nog suikerziekte of een hartruis, dan moest je dat uitbesteden aan de internist of cardioloog. Nu mag je die eerste stappen zélf begeleiden als ziekenhuisarts, en sta je met je voeten in de klei. Jij kunt bijvoorbeeld besluiten om de medicatie aan te passen als een patiënt met een infectie kampt die impact heeft op z’n suikerwaarden. Daarnaast zorg je dat alle diagnostiek rondom een patiënt rondkomt, dat de juiste scans worden gemaakt, voer je familiegesprekken en begeleid je de patiënt – uiteraard sta je hiervoor in contact met andere specialisten.’
Ziekenhuisgeneeskunde in het kort
- De profielopleiding ziekenhuisgeneeskunde duurt drie jaar – daarna ben je ziekenhuisarts KNMG.
- Het aantal opleidingsplekken per jaar verschilt, maar je kunt voor de opleiding terecht in 7 ziekenhuizen in Nederland.
- Er zijn 8 aiossen en 71 ziekenhuisartsen KNMG werkzaam in Nederland, verspreid over 19 ziekenhuizen. Daarvan hebben
7 ziekenhuizen inmiddels een vakgroep ziekenhuisartsen KNMG.
Lees het volledige artikel op Arts in Spe.
Dit artikel delen?