Ga naar hoofdinhoud
Vervolgopleiding kiezen

‘Het brein blijft ons verrassen’

Vervolgopleiding kiezen

Neurologie is nooit saai

De essentie achterhalen, verbanden leggen: dát is waar het hart van vierdejaarsaios Sjoukje Nutma ­sneller van gaat kloppen. Ze wist daarom al in het tweede jaar van haar ­studie geneeskunde – toen het specialisme neurologie werd behandeld – dat ze neuroloog wilde worden.

Een patiënt onderzoeken middels anamnese en onderzoek, daar draait het voornamelijk om binnen de neurologie. Het is ook dit aspect dat Sjoukje Nutma meteen trok. ‘Toen ik eenmaal coschappen ging lopen, werd dat gevoel alleen maar bevestigd.’

Als voorbeeld noemt Sjoukje een patiënt met spraakproblemen. ‘Anderen denken nog weleens dat iemand dan in de war is, of niet helemaal in orde. Terwijl bij neurologen meteen een belletje gaat rinkelen – spraakproblemen kunnen immers het gevolg zijn van een hersen­infarct. We weten daardoor ook vrijwel meteen in welk hersendeel het probleem zit, puur door een patiënt te bevragen en te onderzoeken. Natuurlijk maak je ook gebruik van scans en andere tools, maar met alleen luisteren en kijken kom je een heel eind.’

Grote variëteit

Nog een pluspunt vindt Sjoukje de breedte van het vak. ‘Dat begint al bij de patiënten­populatie, want we zien zowel jonge als oude mensen. Ook is er een grote variëteit aan klachten. Zo krijg je te maken met chronische aandoeningen zoals dementie, migraine of een hernia. Die patiënten zie je voornamelijk op de polikliniek. Daarnaast is er een spoed­eisende kant, waar je in aanraking komt met acute problemen. Denk dan aan epileptische aanvallen, herseninfarcten of ernstige, onbekende infectieziektes. Je wordt bovendien vaak door andere specialisten geconsulteerd, om te kijken of er een neurologisch probleem speelt.’ Sowieso werkt de neuroloog veel samen met andere specialismen, gaat Sjoukje verder. ‘We hebben geregeld overleg met ­radiologen voor het maken van scans, of met oncologen in het geval van kanker. Ook zijn de lijntjes met de afdeling Neurochirurgie kort. Bijvoorbeeld als iemand een hernia of een heftige bloeding in het hoofd heeft en een operatie noodzakelijk is. Het vak kent dus een echt multidisciplinair karakter.’

Ook klinische neurofysiologie is een onderdeel, aldus Sjoukje. ‘Je maakt dan hersenfilmpjes om een diagnose rond te krijgen. Bij epilepsie kun je bijvoorbeeld zien waar die afwijking zich in de hersenen bevindt. Het is een technisch aspect van het vak dat ik bijzonder leuk vind.’

De juiste afweging

Wanneer je bent afgestudeerd kun je op diverse plekken binnen verslavingsinstellingen en voor een neuroloog is het belangrijk om het ­grotere geheel in ogenschouw te houden, vertelt Sjoukje. ‘We worden op de intensive care geregeld gevraagd naar de prognose van een patiënt. Toch is het lastig om dat zo zwart-wit te zeggen. Er zijn patiënten die een enorm slechte scan hebben na een auto-ongeluk, maar die een jaar later gewoon weer kunnen lopen en praten. Het is daarom belangrijk om een stapje terug te doen en niet té snel een knoop door te hakken – om zo de juiste afweging te maken. Gelukkig word je daar gaandeweg beter in.’

Een andere, cruciale vaardigheid is communicatie. ‘Als neuroloog kom je vaak in aanraking met moeilijke casuïstiek. Zo zijn er ziektes waarvoor geen behandeling bestaat – dementie, een agressieve hersentumor of een zeldzame spierziekte. Dat zijn geen makkelijke boodschappen om te verkondigen aan een patiënt. Soms is een diagnose niet eens mogelijk en kun je enkel dingen uitsluiten, bijvoorbeeld dat een patiënt géén hernia heeft. Het probleem is daarmee echter niet verholpen en iemand kampt nog steeds met heftige rugklachten. Natuurlijk probeer je diegene zo goed mogelijk te helpen – bijvoorbeeld door een ver­wijzing naar de revalidatiearts, maar dat kan frustrerend zijn. Dat vind ik het lastige aan het vak.’

Neurologie in het kort

  • De opleiding tot neuroloog duurt zes jaar en bestaat uit de onderdelen algemene neurologie, klinische neurofysiologie, neurochirurgie, kinderneurologie en intensive/medium care. Ook is er een verdiepingsjaar met ruimte voor onder meer differentiatie en onderzoek.
  • Per jaar zijn er ongeveer 48 plekken beschikbaar.
  • Momenteel zijn er ongeveer 985 neurologen en 362 aiossen in Nederland werkzaam.

Meer weten? Kijk op de website van de KNMG, knmg.nl/beroepskeuze.

Veelgevraagd

Studenten die het specialisme overwegen, moeten rekening houden met drukte. Sjoukje: ‘Vooral de avonden en nachten kunnen hectisch zijn. Dat komt ook omdat veel specialismen de neuroloog laagdrempelig inschakelen, om uit te sluiten dat er een neurologisch aspect meespeelt. Je bent kortom een veelgevraagd persoon.’ Toch vindt Sjoukje haar werk goed te combineren met een privéleven. ‘Die diensten heb je uiteraard niet iedere dag’, zegt ze nuchter. ‘Natuurlijk loopt je werk op normale dagen ook weleens uit, maar doorgaans ben je rond zessen wel klaar.’ Voor hobby’s is er dan ook ruimte. Lachend: ‘Absoluut! Ik zit zelf in een koor en heb daar voldoende tijd voor. En collega’s die een gezin hebben, brengen ook gewoon tijd door met hun kinderen.’

Het verschil maken

Een veelgehoorde aanname is dat neurologen alleen maar diagnoses stellen en vervolgens lijdzaam toekijken. Onzin, verdedigt Sjoukje. ‘Je bent weliswaar niet aan het snijden, maar kunt absoluut het verschil maken. Zo geldt bij een herseninfarct: time is brain. Dat betekent dat we, als iemand zich met acuut ontstane klachten meldt, razendsnel een scan maken om te kijken of bloed­verdunners zin hebben. Zo niet, dan schakelen we direct de interventieradioloog in om het stolsel te verwijderen door katheterisatie. Er zijn trouwens ook neurologen die dat doen, dus je kunt wel degelijk een ingreep uitoefenen. En zelfs bij ziektes waar geen behandeling mogelijk is, kun je een waardevolle rol spelen door de verdere begeleiding op gang te krijgen.’

Veel te winnen

En dan zijn er nog de talloze ontwikkelingen die het specialisme bijzonder uitdagend maken. ‘Zo kunnen we dankzij nieuwere apparatuur en betere hersenfilmpjes steeds beter prognoses opmaken en voorspellen of we een patiënt kunnen helpen. Ook wordt er veel onderzoek gedaan naar nieuwe medicatie, onder meer op het gebied van migraine. Er zou daarbij op den duur zelfs sprake kunnen zijn van een klachtenvrij bestaan, wat veel impact kan hebben op patiënten. Verder gebeurt er van alles op het vlak van spier­ziektes en psychiatrische problemen – daar kan namelijk ook sprake zijn van een neurologische oorzaak. Er is nog zóveel te winnen op het gebied van de hersenen. Wat dat betreft blijft het brein ons verrassen.’

de opleider

Wat is het kenmerkende van dit specialisme?  ‘Het is een ontzettend dynamisch vak. Tegenover patiënten vergelijk ik mijn werk weleens met dat van een elektricien: het zenuwstelsel is één groot bedradingsnetwerk, en de neuroloog zoekt óf, en waar die bedrading stuk is. Dat begint met een goed vraaggesprek, gevolgd door lichamelijk onderzoek. Heeft iemand een loopstoornis, dan meet je bijvoorbeeld de spierkracht, kijk je naar de reflexen en voer je een looptest uit. Op basis daarvan doe je gericht aanvullend onderzoek – zoals een scan of klinisch neurofysiologisch onderzoek. Daarnaast krijg je op de Spoedeisende Hulp veelvuldig te maken met acute gevallen als een hersenbloeding, infectie, trauma of epileptische aanval. Die mensen moet je snel zien en beoordelen, omdat de klachten levensbedreigend kunnen zijn.’

Welke competenties en vaardigheden zijn belangrijk? ‘Neurologische ziekten zijn vaak ingewikkeld, dus het is zaak dat je patiënten goed kunt uitleggen wat er speelt. Genezing is niet altijd mogelijk, dus je ondersteunt ook mensen die ­moeten leren omgaan met hun ziekte. Communicatie is daarom erg belangrijk. Daarnaast heb je veel contact met andere specialismen, waaronder de interne geneeskunde, psychiatrie, neurochirurgie en met de SEH-arts. Het is bij uitstek een multidisciplinair vak, dus je moet wel een teamspeler zijn.’

Klopt het beeld dat studenten van dit specialisme hebben?  ‘Veel studenten denken dat neurologie saai is en dat je als neuroloog niks kunt doen. Lopen ze eenmaal coschappen op onze afdeling, dan zien ze dat het vak afwisselend is en je veel voor een patiënt kunt betekenen, óók op de poli. Bijvoorbeeld in de vorm van medicatie, of de plaatsing van een elektrode in het neuronale netwerk waardoor iemand beter kan lopen. “Ik vond het veel leuker dan verwacht”, zei een coassistent laatst nog tegen me. Ze zijn vaak positief verrast.’

Wat zijn de het belangrijkste voor- en nadelen?  ‘Persoonlijk vind ik het multi­disciplinaire karakter een groot voordeel; de samenwerking met collega’s motiveert en inspireert. Ook het feit dat je veel patiënten langdurig volgt, vind ik waardevol – je bouwt echt een band met elkaar op. Een nadeel is dat het vak heftig kan zijn, vooral als jonge mensen getroffen worden door een ziekte. Soms lig je daar thuis nog wakker van. Je leert er gaandeweg mee omgaan, maar het blijft raken.’

Dit artikel verscheen eerder op Arts in Spe.

Dit artikel delen?