Ga naar hoofdinhoud
Veilig werken

Handelingskader ZorgVeilig: wat doe je als zorg onveilig wordt?

Hoewel bedreigingen en (online) intimidatie door patiënten, familieleden, bezoekers of burgers helaas voorkomen in de zorgsector, mogen we deze gedragingen nooit als normaal of acceptabel zien. Daarom is er het handelingskader ZorgVeilig, ontwikkeld door de KNMG in samenwerking met diverse beroepsverenigingen in de zorg.

ZorgVeilig helpt je om onveilige situaties te herkennen, bespreekbaar te maken en er passend op te reageren. Het kader biedt praktische handvatten: van signaleren en grenzen stellen tot melden, aangifte doen, nazorg en evaluatie. Ook online situaties, zoals bedreiging via sociale media, e-consulten of doxing, komen aan bod.

Het handelingskader werkt met vijf fasen. Op de website kun je per fase lezen wat je kan doen om een situatie te voorkomen, te de-escaleren of te stoppen.

5 fasen van omgaan met onveiligheid

  1. Normale situatie
    Veiligheid, wederzijds respect en vertrouwen staan centraal. Patiënt en zorgverlener voelen zich op hun gemak, en er zijn geen tekenen van spanning of onrust.
  2. Opstartfase: merkbare onrust, gesprek nog mogelijk
    In deze fase signaleer je de eerste tekenen van onrust bij de patiënt. Dit kan zich uiten in spanning, frustratie, een verhoogde stem of veranderde lichaamstaal. Een gesprek is nog mogelijk, maar het is belangrijk om vroeg in te grijpen.
  3. Escalatiefase: controleverlies, verbaal agressief gedrag
    In deze fase verliest de patiënt (of meegekomen naaste, zie hiervoor ook het stappenplan Omgaan met onveiligheid met meegekomen naaste) deels de controle over emoties. Dit kan zich uiten in schreeuwen, dreigen of ander verbaal ontremd gedrag. De situatie wordt meer gespannen, maar is nog te beheersen.
  4. Crisisfase: fysiek of ernstige verbale agressie
    In deze fase is er sprake van ernstige fysieke of verbale agressie of dreiging. De situatie is niet meer corrigeerbaar zonder externe interventie. Het is van belang om veiligheid voorop te stellen.
  5. Afbouwfase: situatie wordt rustiger
    De spanning neemt af, en de patiënt (of meegekomen naaste) lijkt controle terug te krijgen over de emoties. De situatie wordt weer veiliger.

Dit artikel delen?